skip to Main Content

LED – energiebesparing met grote toekomst en kleine valkuilen.

LED-lampen schakelen en dimmen: de juiste aansturing is doorslaggevend.

Voor LED’s gelden weliswaar de algemene voorschriften voor lampen, van de uitvoering van de fitting tot aan de meetopbouw voor de lichtsterkte. Voor wat daartussen gebeurt, zijn er echter nog geen regels. In tegenstelling tot een klassieke lamp met een onopvallende gloeispiraal, bevatten LED-lampen veel elektronica voor de aansturing. Hoe deze is opgebouwd, kan elke producent zelf beslissen. De betreffende normen zijn momenteel slechts als concept beschikbaar. Fabrikanten van schakel- en dimapparaten hebben daardoor momenteel geen aanknopingspunten voor welke elektronica deze aansturen en hoe de lamp zich gedraagt.

Geen norm voor LED-lasten?

Theben test zelf!

Zijn op een product geen speciale schakellasten voor LED-lampen en ontladingslampen aangegeven, dan kan men ervan uitgaan dat het product daarvoor niet is goedgekeurd. Bovendien zijn gegevens voor LED-lasten ook niet altijd nuttig. Van welke inschakelstromen gaat de fabrikant van het apparaat uit? Deze kunnen per lamp verschillen. Ook bij het optellen is voorzichtigheid geboden. Meerdere LED’s met een laag nominaal vermogenkunnen opgeteld hogere inschakelstromen hebben dan een aparte LED met het betreffende totale vermogen.

Om lasten voor schakelaars en dimmers te kunnen aangeven, voert Theben continue metingen uit op gangbare retrofitlampen. Bij deze tests doorlopen de schakelaars ten minste 40.000 schakelcycli. Zo kunnen betrouwbare uitspraken over de schakelbare lasten worden gedaan.

Dimbaar of niet? De juiste keuze is doorslaggevend

Normen/voorschriften

voor de gevolgen van lampen voor het net

Voor lampen (verlichtingen) gelden DIN EN 55015; VDE 0875-15-1:2014-03 (storingsemissie), DIN EN 61547; VDE 0875-15-2:2010-03 (immuniteit), DIN EN 61000-3-2; VDE0838-2:2015-03 (harmonischen) en DIN EN 61000-3-3; VDE 0838-3:2014-03 (flikkeringen). Voor gloeilampen en lampen gelden volgens EN 55015 geen eisen voor de hoogfrequentie storingsemissie, maar wel voor LED-lampen en LED-verlichting, omdat de elektronica in deze apparaten vaak hoogfrequente storing kan veroorzaken. Hierbij bepaalt EN 55015 grenswaarden in het frequentiebereik van 9 kHz t/m 300 MHz.

Wat betreft de laagfrequentie storingsemissie gelden volgens EN 61000-3-2 voor LED-lampen met een effectief ingangsvermogen < 25 W geen grenswaarden, terwijl voor lampen > 25 W de grenswaarden van klasse C volgens EN 61000-3-2 van toepassing zijn. Met deze laagfrequentie storingen worden de netharmonischen bedoeld, d.w.z. veelvouden van de 50 Hz basisfrequentie van het stroomnet, die door niet-linaire stroomopnames uit het net ontstaan, wat bij LED-Lampen – in tegenstelling tot gloeilampen – meestal het geval is.

Al deze normen beschrijven de EMC-eisen. Speciale eisen hiervoor bevatten ook de productnormen DIN EN 60598-1; VDE 0711-1:2012-11 voor algemene verlichting en DIN EN 62031; VDE 0715-5:2013-09 voor LED’s, bovendien evt. de normen voor voorschakelapparaten, die ook in deze lampen kunnen zijn geïntegreerd (ook de normen uit de serie DIN EN 61347-1; VDE 0712-30:2013-11 bevatten deze eisen). Naast deze normen die betrekking hebben op de elektronica, moet natuurlijk ook DIN EN 62471; VDE 0837-471:2009-03 (fotobiologische veiligheid) worden opgevolgd, alsmede DIN EN; VDE 0848-493:2010-09, die de grenswaarden voor EMV („elektrosmog“) beschrijft.

Back To Top